Wat is er aan de hand met de vermogensbelasting?

In de afgelopen weken is in de financiële pers en Nederlandse politiek flinke onrust ontstaan over de vermogensrendementsheffing. Belastingbetalers met voornamelijk spaargeld liepen al jaren te hoop tegen belasting betalen over een theoretisch bepaald, en de afgelopen jaren veel en veel te hoog, rendement over dat conservatief belegd vermogen. Van iets recentere datum is dat het rendement al negatief werd door het moeten betalen van rente over aangehouden banktegoeden. Het vooruitzicht voor 2021 was een “triple whammy”; deze “oneerlijke” belasting, negatieve rente en daar bovenop ook nog eens een flink hoge inflatie. 

60.000 bezwaren waren genoeg voor een lawine

Enkele jaren geleden is namens aanvankelijk 60.000 particuliere belastingbetalers uit 2017 en 2018 met veel laag renderend Box 3 vermogen een rechtszaak aangespannen. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan; (i) de Box 3 belastingheffing is onrechtmatig en (ii) de belastingplichtigen moet rechtsherstel worden geboden. Omdat het de Hoge Raad is welke uitspraak deed is geen beroep meer mogelijk tegen de uitspraak en door de woorden “onrechtmatig” en “rechtsherstel” voelt de politiek goed aan dat de consequenties van de uitspraak veel groter zijn dan alleen deze groep welke de rechtszaak startte. Is deze wijze van belasting heffen overleden? De politiek weet het al: jazeker!

Belasten van werkelijk rendement is praktisch niet eenvoudig

De in 2017 aangepaste manier om een forfaitair rendement te belasten is bedoeld als tussenstap naar belasten van werkelijk rendement. Meerdere kabinetten kregen het zetten van die laatste stap niet voor elkaar. Niet alleen door politieke prioriteiten welke elke 4 jaar veranderden, maar ook de praktische uitvoerbaarheid ligt dwars door zware achterstanden in modernisering van systemen en ingrijpende spoedeisende projecten welke de bezetting bij de uitvoerende krachten van de Belastingdienst uithollen (zoals de Toeslagenaffaire). 

Het betrouwbaar verkrijgen van gegevens om werkelijk rendement te kunnen belasten is als die tegoeden worden aangehouden bij banken, verzekeraars en vermogensbeheerders onder Nederlands toezicht is in principe voor een heel groot deel doenlijk. Maar met beleggingen buiten die omgeving (binnenlandse en buitenlandse partijen buiten Nederlands toezicht, direct gehouden vastgoed, kunst, etc.) ligt het natuurlijk anders. 

Het nieuwe kabinet had al aangegeven dat zij vanwege noodzakelijke wijzigingen in geautomatiseerde ondersteuning pas in 2025 verwachten dat werkelijk rendement belast kan worden. Omdat in dat jaar weer nieuwe verkiezingen plaatsvinden was die belofte naar onze mening weinig meer dan uitstel terwijl voorbereidingen worden getroffen. 

Wat gaat er nu gebeuren?

Het was niet meer mogelijk om het heffingenproces voor 2021 en voorheffingen van 2022 aan te passen. Dus aangiften moeten op de oude manier worden gedaan, al wordt geen definitieve aanslag opgelegd voor hen met Box 3 vermogen en zal de aanslag worden uitgesteld.

Er is nog in 2022 wetgeving nodig om uitvoering in 2023 zeker te stellen voor:

  • Inhaal 2017-2021
  • Tijdelijke manier 2022-2025

Hierbij is wat ons betreft behalve het “nieuwe mechanisme” ook interessant hoe met verwachtingen over terugwerkende kracht en eerbiedigende werking zal worden omgegaan.

Box 2

In de afgelopen jaren zijn veel beleggers met een gemiddeld laag rendement door veel spaargeld in hun vermogen van Box 3 naar Box 2 overgestapt. Wij hebben dat een aantal cliënten ook geadviseerd te doen. Voorlopig is er geen reden om hier verandering in te brengen. De belastingdruk op in de BV belegd vermogen voor verreweg de meesten is nu minder dan 40% (als de winst meteen wordt uitgekeerd). De in de vorige paragraaf genoemde nieuwe Box 3 heffing zal in de loop van de komende maanden helder worden. Hiermee is advies mogelijk om de beleggings-/spaar-BV te handhaven of niet.

Wat kun je doen?

Controleer of je belastingadviseur bezwaar heeft gemaakt tegen Box 3 belastingheffing over de jaren 2017-2020. Als niet, dien het bezwaar in als je belastingadviseur dat nog als mogelijk en zinvol ziet.

Wij adviseren onze cliënten die in aanmerking kwamen voor een beleggings-/spaar-BV die nog even niet op te richten; in het derde kwartaal 2022 komen wij bij hen terug met advies op basis van de stand van zaken en verwachtingen van dat moment.

Scroll naar top